In het normale

En we zijn weer gestart. Weer in het alledaagse ritme van school. De rush ’s morgens. Het dagelijkse gegil dat iedereen moet opschieten want dat we anders te laat zijn. De drukte ’s avonds. Na een drukke werkdag mezelf nog openstellen voor het gekwetter van 2 meisjes die over hun dag willen vertellen. Vaststellen dat ik weer een brood vergeten ben (wat ondertussen gelukkig opgelost kan worden doordat ik me een broodmachine heb aangeschaft!). Hoe fijn het ook was, de intense vakantietijd met Grote en Kleine Zus, we zijn ook weer blij dat die lange, ongezellige en met momenten best wel eenzame tijd weeral gepasseerd is. We zijn weer in het normale ritme, week-week. Opstaan – school/werk – thuiskomen – slapen. Redelijk voorspelbaar en handig te plannen voor een (beetje) controlefreak zoals ik. En hoewel die alleen-week eigenlijk ook vreselijk lang duurt – vooral vanaf dag 3 dan – het is nog net te doen vooraleer dat enorm gemis hard begint te knagen en ervoor zorgt dat alle lichamelijke functies zichzelf één voor één uitschakelen. Zoals ik dus nu ook weer in de vakantie ervaarde. Zelfs een bericht schrijven leek me een al te grote opdracht. Je moet niet vragen hoe mijn huis erbij kwam te liggen…

Maar nu dus weer alles in het normale. Een normale zondag waarop ik eindelijk nog eens geen verplichtingen heb, geen plannen. Gewoon lekker uitslapen, languit de krant lezen bij mijn koffietje en toast. Wat opruimen, beetje kuisen. Niets speciaals. Blij met zo’n luilekker dagje en eigenlijk toch ook weer niet. De ganse dag spreek ik eigenlijk tegen niemand en tegen de avond begin ik mezelf toch weer triester en triester te voelen. Ik begin me dan ook vanalles af te vragen. Of ik mijn huidige job wel wil blijven doen? Of ik misschien nog iets kan bijstuderen? Maar dan bergen we die bedenkingen almaar weer op. Iemand moet de centjes verdienen hier. En ik heb een heel degelijke job met een degelijk loon en veel flexibiliteit. Dat ze niet meer elke dag de voldoening geeft van in het begin, moet ik er misschien maar bijnemen. Een extra hobby misschien? Maar dan moet ik wel weer extra centjes voorzien voor een babysit. Momenteel kunnen die er niet echt af… Of misschien moet ik me toch maar eens inschrijven op een online datingsite. Al heb ik momenteel niet echt de behoefte aan een relatie. Nog steeds niet. Maar gewoon iemand om eens tegen te praten op zo’n doodnormale zondag. Iemand die luistert en ook af en toe eens iets terugzegt. Meer niet. Ik kan misschien beter voor een papegaai gaan?

 

Het trieste eendje in de bijt

Eenzaamheid, het kan me zo ineens overvallen. Het ene moment is het nog volop lachen samen met de collega’s of de vrienden en een paar tellen later voel ik me mijlenver verwijderd van alles en iedereen. Voel ik me nu eenzaam? Is dat nu eenzaamheid vraag ik me dan af? Of ben ik gewoon een beetje down, moe van de werkweek, behoefte aan weekend en een avond languit in de zetel ploffen? Eenzaam zijn, het klinkt zo zwaarmoedig, een ‘label’ dat je plakt op een wereldvreemd iemand, het triestige eendje in de bijt. Ben ik dat dan? Maar nee, ik ben altijd vrolijk en spontaan, ik ben een sterk persoon, mij krijgen ze niet klein, ik ben toch allesbehalve dat eenzame meisje?! Zo lijkt het toch. Of zo lijkt het toch voor de buitenwereld.

Ik voel me soms eenzaam. We zeggen dat ook niet tegen iemand anders. Alsof het niet toegestaan is. Want je doet dat toch jezelf een beetje aan. Je kan toch ook altijd iemand opbellen? Met iemand afspreken? Festivalletje meepikken. Zoveel ‘vrienden’ op facebook. WhatsApp pingt dagelijks een paar keer.  Op het werk ben ik omgeven van de collega’s (ok, de ene wel wat fijner dan de andere). Toffe buren heb ik ook. Zelfs met de familie heb ik bakken geluk. Echt.

 En toch. Ik voel me meestal het meest eenzaam tussen de mensen. Tussen de lachende collega’s, tijdens de gezellige familiefeesten en de happy gebeurtenissen van de vrienden. Mijn kleine leventje lijkt dan nog kleiner, nog onbenulliger. En ik kruip weer het liefst in mijn vertrouwde zetel onder mijn warme dekentje. Zakje chips naast me. Vluchtend in een spannende detective die nog op de digicorder stond.

Misschien heb ik het wel eens nodig om me af  en toe af te zonderen, me eenzaam te voelen, beetje wentelen in zelfmedelijden. Het geeft een mens wat perspectief. Het leven is niet al rozengeur en maneschijn. Nee, ook niet aan de overkant. Geen reden tot jaloezie. En ik kan tenminste mijn rommel laten liggen als ik er zin in heb.