the talk about hobbies

De vakantie loopt op z’n eind. Dat betekent hier niet alleen dat we ons klaarmaken voor een nieuw schooljaar, maar ook een nieuw startjaar met hobby’s. Wie gaat wat doen? Wie wil wat doen? Meestal is dat vraagstuk op zich al moeilijk genoeg. Maar dan moeten we ook nog eens checken met de (h)ex… Niet simpel. Meestal heeft hij al lang een verborgen agenda klaar en weet hij al haarfijn wie wat moet gaan doen. Hij weet dat. Grote en Kleine Zus weten nog van niets. Als ik dan met de moed in mijn schoenen eindelijk het geforceerde gesprek richting hobby’s breng – hij begint er niet over – lijkt het altijd alsof hij zo van goede wil is. Wat had je in gedachten? Vertel. Big smile. Ondertussen weet ik al van voorgaande jaren dat die houding helemaal niet zo open en meegaand is. Een paar uur later krijg ik zonder fout een e-mail met alle tegenindicaties van elke hobby die ik ook maar geopperd had. Elke hobby, die ik na veelvuldige gesprekken met de kids eindelijk als kanshebber naar voren had geschoven, wordt zo weer van tafel geveegd. Kleine Zus weet eigenlijk wel perfect wat ze wil. Maar Grote Zus weet het nog steeds niet. Rond kerstmis wist ze me plots te vertellen dat ze volgend jaar naar de tekenschool wilde. Leek me super, want ze is heel creatief. In juni passeren we bij de opendeur van de tekenacademie. Wauw, prachtige dingen dat die kinderen maken!  Maar sinds ons bezoekje wil ze helemaal niet meer naar de tekenschool gaan. Een reden krijg ik niet, maar ik vermoed dat ze danig onder de indruk was van alle creaties. Grote Zus kampt immers met enorm veel faalangst en is ook nog eens bijzonder perfectionistisch ingesteld. Heel vermoeiende combinatie trouwens. Turnen, zwemmen, dansen, tennis en de jeugdbeweging werden van tafel geveegd. Onderaan in de mail nog een kleine alinea: Grote Zus kan atletiek gaan doen. Bij die club. Op die avond. Op dat uur. 1 voorstel! En laat dat  nu net exact samen vallen met het uur van de enige hobby die Kleine Zus doet…

Tennis wilde Grote Zus trouwens helemaal niet doen, maar dat was zijn enige voorstel vorig jaar. En dat was dus eigenlijk een kleine test van mezelf. Hij is faliekant gebuisd.

De uitleen-man

Ik kan best goed mijn plan trekken op mijn eentje. Ik rijd zelf het gras af, zet de vuilbakken buiten, boor een gat in de muur om mijn grote fotokaders op te hangen, rijd mijn auto zelf naar de keuring, … Ik doe al die dingen nu al jaren zelf. En als ik erover nadenk, deed ik ook al het meeste toen de (h)ex in huis was. Die had 2 linkerhanden op dat vlak. Nee, een man? Waar is die voor nodig?

images0BTKUVA3

Tot die keer dat ik mijn trampoline in elkaar moest zetten. Damn, dat ging niet lukken. Of die keer dat ik met een lek in de warmwaterleiding zat. Of toen ik die gigantische kerstboom uit de tuin wilde omzagen. Of toen ik met een mol zat. Hoe geraak je daar vanaf? Hoe vang je dat? Hmmm…een man zou af en toe toch eens van pas komen. Heel even toch. Al was het maar om te vragen wat ik best moest doen. Ik besefte meteen het gat in de mark: de uitleen-man die je kan bellen en laten komen voor zijn goede raad en hulp bij huishoudelijke (en aanverwante) vraagstukken. Die zich van tijd tot tijd eens dubbel plooit onder de wasbak om een lek te dichten. Die de losgekomen dakgoot eens onder handen neemt en meteen het mos van het dak verwijdert. Die raad weet met de vochtige muur langs de zijgevel. Die me kalmeert en zegt dat die barst in de muur er al jaren is en niet groter is geworden. Ja, ik moet toch toegeven dat ik af en toe een sterke wederhelft mis.

De uitleen-man. Het meest praktische is dan natuurlijk dat dat steeds dezelfde man is. Die kent je dan op den duur en weet om te gaan met je stressniveau en je kunnen. Feit is dat ik die dingen allemaal best graag wil kunnen, maar niet weet hoe eraan te beginnen of er gewoon het materiaal niet voor heb. En ja, de fysieke kracht om een boom uit te doen, heb ik natuurlijk ook niet. Waar zit die uitleen-man? Voorlopig houden we het dan maar op “papa, wanneer kom je nog eens langs?”.

Vertrouwen

Er zijn zo van die momenten dat ik plots overmand kan worden door een bepaalde emotie. De ene keer is het eenzaamheid, dan weer verdriet of boosheid. Maar vaker voel ik een oneindige liefde, wanneer ik naar de Grote en de Kleine Zus kijk. Als ze weer eens lief zijn voor elkaar. Als ze hun laatste koekje delen. Als ze elkaar troostten omdat mama even niet in de buurt is. Als ik ze weer eens samen in het bed van de Kleine Zus tref wanneer ik wil gaan slapen.

Vandaag was het ontroering dat het em deed. Ik botste heel toevallig op een lied dat me een krop in de keel bezorgde. Niet zozeer door de boodschap van het lied op zich – ik hou wel van mezelf – meer om wat de tekst daarnaast in mijn ogen uitstraalt en in mij naar boven bracht: vertrouw alleen jezelf. Als er iets is waar ik al mijn hele leven mee worstel, dan is het wel vertrouwen. Vertrouwen op een ander. Dat die er zal zijn voor je. Dat die je geheimen voor zich houdt. Dat je op die persoon kan bouwen. Dat die persoon eerlijk tegen je is.

Beste vriendinnen…no thank you! Genoeg miserie mee gehad. Vroeger – als onwetende puber in de fleur van mijn leven – dacht ik altijd dat vriendinnen er voor het leven waren. Naïef als ik was wellicht. Dus hen vertrouwen geven ging vlotter dan het vriendje vertrouwen geven. Helaas liep ik te vaak met mijn hoofd tegen de muur. En het vriendje stootte op een dikke muur rondom me, die ze maar niet afgebroken kregen. Het leed om de verloren vriendinnen was dan ook pakken groter dan het leed om de weggelopen vriendjes.

De enige die die muur ooit helemaal gesloopt heeft gekregen, bleek de (h)ex. En tja, dat is nu ook niet bepaald goed afgelopen…

Treiterdrang

De financiële kant en de (h)ex…ik kan er een boek over schrijven. Eén van de zaken die buitengewoon stroef verlopen. Alles wat met geld gepaard gaat en ook maar enigszins een raakvlak heeft met de (h)ex, gaat per definitie verkeerd. De schoolfactuur bijvoorbeeld, daar moet ik gewoon voor bedelen. Het is te triest voor woorden. En dan nog. Dan krijg ik hoogstens een deeltje terugbetaald. Nooit datgene wat hij werkelijk dient te betalen. Naar de dokter gaan…dat stellen we gewoon uit tot we weer bij mama zijn. En als dat echt niet gaat, bellen we toch gewoon naar mama en vragen we of die ook mee naar de doktersafspraak komt (en hoe kan je dat een ziek kinderstemmetje weigeren..?). Op het moment dat de portefeuille moet bovengehaald worden, kijkt de (h)ex dan uiteraard met grote ogen naar mij, duidelijk makend dat dat de taak van de mama is. En dan heb ik het nog geeneens over de buitengewone kosten. Terwijl de kosten voor de hobby’s van Grote en Kleine Zus uitsluitend door mij betaald worden (want als ik op zijn deel moet wachten, doen ze niets), krijg ik zelfverzonnen kosten en een virtuele openstaande rekening voorgeschoteld. Dit valt gewoon niet te winnen… Zucht!

Ik weet wel waar die treiterdrang vandaag komt. Het pikt dat het kindergeld aan mij werd toegewezen door de rechtbank en dat zal hij me laten voelen ook. Keer op keer. En daarom wordt over alles moeilijk gedaan. Zelfs als er niet moeilijk over gedaan kan worden. De (h)ex vindt wel iets om gewichtig over te doen en zijn stekels voor op te zetten. Feit is dat de (h)ex, al jaren samenwonend met zijn nieuwe vlam, een netto-inkomen heeft dat net niet het dubbele is van het mijne. Maar toch. Dat maakt blijkbaar niets uit in het hoofd van de (h)ex. Hij denkt werkelijk dat ik slapend rijk wordt van die maandelijkse gift. Dat wij slechts 1 keer per jaar op reis kunnen – jeuj een weekje kamperen bij de Noorderburen – terwijl hij dit jaar al 2 keer met het vliegtuig op reis ging en nu weeral op trot is naar god weet waar is ook allemaal not the issue. Moest ik geloven dat al het gedoe opgelost zou zijn als ik hem de helft simpelweg doorstortte, ik had het al lang gedaan. Maar uit ervaring weet ik dat hij dan gewoon iets nieuws zoekt om rel over de schoppen en zijn treitergedrag weer boven te halen. Ik liet me in het verleden al vaak genoeg vangen. Sommige mensen maken gewoon graag boel denk ik.