2017 zonder voornemens

2017 is alweer 20 dagen bezig, en nog geen enkel woord geschreven gekregen. Ik heb er wel vaak aan gedacht, maar mijn energiepeil is nog steeds aan de lage kant. Elk beetje fut dat de (h)ex niet aan me onttrekt, schenk ik aan mijn kids. Ze merken er weinig van. Denk ik. Mama is wel vaak moe en met momenten wel eens wat korter, maar ze zijn nog klein genoeg om er niet verder over na te denken. Gelukkig maar.

Dit jaar eens gestart zonder goede voornemens. Ook wel eens leuk, ik kan alvast niet falen haha. Langs de andere kant ook een beetje een vreemd gevoel. Alsof ik wat doelloos ronddobber. Maar dat is dan ook net wat ik doe. Wat aanmodderen. Deze kerstperiode heb ik beseft dat ik eigenlijk niet echt leef. Ik OVERleef. Ik dobber wat rond en tracht elke dag te overleven. En dat eigenlijk al voor zoveel jaren. Al die jaren onderga ik de (h)ex, weer ik me en probeer ik de beste strategie te vinden om ermee om te gaan. Nog geen enkele bleek eigenlijk effectief. Hij past de zijne natuurlijk ook aan naargelang mijn reactie. Het begint meer en meer op een straatje zonder eind te lijken en ik bereid me gewoon voor op een leven lang getreiter. En daar wil ik niemand in meeslepen. Het is al meer dan een dagtaak om te gaan werken én voor de kids te zorgen én te maken dat zij niet al te veel doorhebben van al het gedoe. En dat mama het met momenten écht niet meer kan uithouden. Nee, dat is geen optie!

Ik zou wat meer willen gaan sporten. Maar de kids zijn nog te klein om alleen thuis te blijven. En een babysit laten komen zodat ikzelf de luxe heb om een toerke in de buurt te gaan lopen, dat vind ik er zelf precies een beetje over… En budgettair eigenlijk ook geen verantwoorde uitspatting. Iets nieuws gaan studeren, daar heb ik noch de tijd noch de financiële mogelijkheden voor. Een nieuw lief, dat staat helemaal onderaan de lijst. Daar heb ik zelfs de goesting niet voor…

Ik heb niet echt tijd over, maar ik wil toch iets nieuws in mijn leven. Ik weet alleen nog niet wat…

In de fleur van mijn leven

Ik ben misschien nog maar midden dertig – op papier dan – wat ze noemen in de fleur van je leven zijn, in realiteit voel ik me vaak al vijftig. Minstens. Andere mensen van mijn leeftijd zien er over het algemeen zo zorgeloos uit. Allemaal happy families, goeie jobs, chique auto’s, een rijkelijk gevuld sociaal leven. Gewoon alles voor elkaar. Ik wéét dan wel dat het niet overal zo is, maar om de één of andere reden bevind ik mij precies toch tussen die mensen die het allemaal wél zijn. Zeker nu met de feestdagen in het vooruitzicht valt het extra goed op. Valt mijn oog daar extra op. En je ziet het misschien niet aan mij, maar het pikt. Het pikt verdomme hard! Het pikt dat ik dat niet heb. Waarom mocht ik dat niet hebben?!

Ergens weet ik ook, voel ik, dat ik het ook nooit zal hebben. De (h)ex overheerst mijn leven, ook al doe ik nog zo mijn best om het allemaal te negeren. Ook al blijft hij op zoveel vlakken in het verleden staan door me na al die jaren nog te koeioneren, toch heeft ook hij een nieuw leven met zijn vriendin. Ik kan het niet. Ik heb geen vertrouwen meer in anderen. Ik heb geen vertrouwen meer te geven. Ik heb geen fut meer over op het einde van de dag. Ik heb er al helemaal de energie niet voor om een nieuwe relatie aan te knopen. Ik kan het niet meer. En na al die jaren wordt het me steeds duidelijker dat ik het ook nooit meer ga kunnen. Misschien dat ik het ergens wel zou willen, maar toch ook niet. Ik durf niet. Wanneer zou ik er ook tijd voor moeten hebben? Hoe zou ik in godsnaam iemand moeten tegen komen? Waarom zou ik dat mezelf weer aandoen? Wat is er mis met mij?

Ik kan mezelf blijven wentelen in zelfmedelijden dat dit niet het leven is dat ik voor ogen had. Ik kom uit een warm gezin, droomde van kleins af over mijn prins op het witte paard, een huis vol blije kindergezichtjes… en ik heb dat mijn kinderen niet kunnen geven. Damn. Ik kan nu alle moeite van de wereld doen om een goede mama te zijn en een warme thuis aan mijn meisjes te bieden, ze te overladen met mijn liefde en steun,… Het is volgens mij toch niet hetzelfde. En wat ik ook doe, ik zal het ze nooit kunnen geven. Het is al weg, het is al kapot. Dus waarom zou ik me daarover blijven druk maken? Ik moet verder. Het moét. Een andere optie is er niet, toch? En dat doe ik dan ook. Soms met ploeteren, soms met enige tevredenheid en fierheid over mezelf, maar altijd met een grote last op mijn schouders. In de fleur van je leven noemen ze dat…

tumblr_n7e8qtxsnn1rs4xo7o1_500

Werken werken werken…

We doen tegenwoordig niet veel anders meer dan…werken werken werken… Werken tot ik erbij neerval. Letterlijk zelfs… Een bezoekje aan de dokter later leert dat ik niet meer zo veel hooi op mijn vork mag nemen. Het is normaal dat ik het, in mijn eentje met 2 kleine kinderen, eens wat minder zie zitten. Dat het allemaal teveel wordt. Dat ik eens geen zin heb. Dat de stress over de (h)ex me parten speelt. Dat het alleen zijn me met momenten toch ook wat vereenzaamt. Dat het ok is om dat toe te geven. Tenminste, dat zei mijn huisarts.

Nochtans voel ik me niet zo. Ik ben blij van de (h)ex vanaf te zijn. Ik ben graag alleen. Ok, ook ik heb wel eens geen zin, maar… dat is eigenlijk gewoon geen optie. Het kan me niet teveel worden, want er zijn 2 kinderen die op mij rekenen. Die erop rekenen dat mama het fort recht houdt, dat mama voor de centjes zorgt zodat we naast een paar dagelijkse schoenen ook nog een paar ‘feestschoenen’ kunnen kopen, dat mama hen van hier naar daar brengt, het eten elke dag op tafel tovert, een verhaaltje leest voor het slapen, tussen strijken door ook mee Jenga speelt en tijdens het ontbijt al kan vertellen wat ze voor dessertje gaat maken (en nee, fruitsalade vinden ze géén dessert).

Geen zin hebben kan dus, maar 5 minuten later zal ik toch moeten opstaan om aan de ratrace van de dag te beginnen. Lang leve de alleenstaande mama!

loesje_druk_jpg

Energievretend

Ik vraag me soms af of ik nu echt zó blind was vroeger? Of ik het nu écht niet zag? Of dat hij daarna pas zo veranderd is? Of dat ik hem daarna pas kon zien zoals hij écht is?

De (h)ex is weeral goed op dreef. Wanneer het eens wat rustiger is, en alles verloopt iet of wat kalm en het kabbelt allemaal wat vanzelf verder, dan moet hij altijd weer een klein bommetje droppen. Precies of het is maar saai als we niet discussiëren. En nog steeds trap ik erin. Het begint vriendelijk, goedbedoeld lijkt het zelfs. Om dan kei hard uit te halen! Dreigen met het vonnis (en wat hij erin denkt te lezen en hoe hij het ziet dat het geïnterpreteerd moet worden). Dreigen met de rechtbank. Dreigen met een deurwaarder. Manipulatie, getreiter,… Het passeert hier allemaal geregeld. En dat is zoooooooooo vermoeiend! In één woord: energievretend!

Na al die jaren heb ik er al wel wat mee leren omgaan. Het meeste gaat het ene oor in en het andere oor uit. Moest ik me alles aantrekken, dan was ik al lang helemaal in elkaar gestort. Maar dat is geen optie! Grote en Kleine Zus rekenen op hun Mama! Negeren, toegeven, begrijpend trachten te volgen, vriendelijk uitleggen, … Ik weet nog altijd niet wat dé manier is om met zo iemand om te gaan. Als ik koppels zie die uit elkaar zijn en die nog vriendelijk en vooral NORMAAL met elkaar kunnen omgaan, dan moet ik toch altijd een vlaagje van jaloezie wegwerken. Waarom kan het nu niet zo zijn?!! Maar ik ben er ondertussen achter dat dat bij ons nooit zo zal zijn. Het is gewoon niet mogelijk. Al al te vaak ben ik erin getrapt, dacht ik dat we op de goede weg waren en kreeg ik weer het deksel op mijn neus. Au!

En al die goedbedoelde raad, en het feit dat je met z’n 2 moet zijn om nog overeen te komen…dat kan dan allemaal wel waar zijn, maar als er één van die twee niet meewerkt, zelfs geniet van de andere te treiteren, dan gáát het gewoon niet! Jaren geleden gaf een collega van me daar uitgebreid haar standpunt over. Van samen uitstapjes maken (voor de kids – zij hebben er niet voor gekozen) tot samen feestjes geven. “Als vrienden uit elkaar gaan, dat moet toch lukken? Dat moet je doen lukken voor de kids!” Nu jaren later is ze zelf uit elkaar met de papa van haar kinderen en kwam ze me vertellen dat ze het nu pas begreep…

 

In het normale

En we zijn weer gestart. Weer in het alledaagse ritme van school. De rush ’s morgens. Het dagelijkse gegil dat iedereen moet opschieten want dat we anders te laat zijn. De drukte ’s avonds. Na een drukke werkdag mezelf nog openstellen voor het gekwetter van 2 meisjes die over hun dag willen vertellen. Vaststellen dat ik weer een brood vergeten ben (wat ondertussen gelukkig opgelost kan worden doordat ik me een broodmachine heb aangeschaft!). Hoe fijn het ook was, de intense vakantietijd met Grote en Kleine Zus, we zijn ook weer blij dat die lange, ongezellige en met momenten best wel eenzame tijd weeral gepasseerd is. We zijn weer in het normale ritme, week-week. Opstaan – school/werk – thuiskomen – slapen. Redelijk voorspelbaar en handig te plannen voor een (beetje) controlefreak zoals ik. En hoewel die alleen-week eigenlijk ook vreselijk lang duurt – vooral vanaf dag 3 dan – het is nog net te doen vooraleer dat enorm gemis hard begint te knagen en ervoor zorgt dat alle lichamelijke functies zichzelf één voor één uitschakelen. Zoals ik dus nu ook weer in de vakantie ervaarde. Zelfs een bericht schrijven leek me een al te grote opdracht. Je moet niet vragen hoe mijn huis erbij kwam te liggen…

Maar nu dus weer alles in het normale. Een normale zondag waarop ik eindelijk nog eens geen verplichtingen heb, geen plannen. Gewoon lekker uitslapen, languit de krant lezen bij mijn koffietje en toast. Wat opruimen, beetje kuisen. Niets speciaals. Blij met zo’n luilekker dagje en eigenlijk toch ook weer niet. De ganse dag spreek ik eigenlijk tegen niemand en tegen de avond begin ik mezelf toch weer triester en triester te voelen. Ik begin me dan ook vanalles af te vragen. Of ik mijn huidige job wel wil blijven doen? Of ik misschien nog iets kan bijstuderen? Maar dan bergen we die bedenkingen almaar weer op. Iemand moet de centjes verdienen hier. En ik heb een heel degelijke job met een degelijk loon en veel flexibiliteit. Dat ze niet meer elke dag de voldoening geeft van in het begin, moet ik er misschien maar bijnemen. Een extra hobby misschien? Maar dan moet ik wel weer extra centjes voorzien voor een babysit. Momenteel kunnen die er niet echt af… Of misschien moet ik me toch maar eens inschrijven op een online datingsite. Al heb ik momenteel niet echt de behoefte aan een relatie. Nog steeds niet. Maar gewoon iemand om eens tegen te praten op zo’n doodnormale zondag. Iemand die luistert en ook af en toe eens iets terugzegt. Meer niet. Ik kan misschien beter voor een papegaai gaan?

 

the talk about hobbies

De vakantie loopt op z’n eind. Dat betekent hier niet alleen dat we ons klaarmaken voor een nieuw schooljaar, maar ook een nieuw startjaar met hobby’s. Wie gaat wat doen? Wie wil wat doen? Meestal is dat vraagstuk op zich al moeilijk genoeg. Maar dan moeten we ook nog eens checken met de (h)ex… Niet simpel. Meestal heeft hij al lang een verborgen agenda klaar en weet hij al haarfijn wie wat moet gaan doen. Hij weet dat. Grote en Kleine Zus weten nog van niets. Als ik dan met de moed in mijn schoenen eindelijk het geforceerde gesprek richting hobby’s breng – hij begint er niet over – lijkt het altijd alsof hij zo van goede wil is. Wat had je in gedachten? Vertel. Big smile. Ondertussen weet ik al van voorgaande jaren dat die houding helemaal niet zo open en meegaand is. Een paar uur later krijg ik zonder fout een e-mail met alle tegenindicaties van elke hobby die ik ook maar geopperd had. Elke hobby, die ik na veelvuldige gesprekken met de kids eindelijk als kanshebber naar voren had geschoven, wordt zo weer van tafel geveegd. Kleine Zus weet eigenlijk wel perfect wat ze wil. Maar Grote Zus weet het nog steeds niet. Rond kerstmis wist ze me plots te vertellen dat ze volgend jaar naar de tekenschool wilde. Leek me super, want ze is heel creatief. In juni passeren we bij de opendeur van de tekenacademie. Wauw, prachtige dingen dat die kinderen maken!  Maar sinds ons bezoekje wil ze helemaal niet meer naar de tekenschool gaan. Een reden krijg ik niet, maar ik vermoed dat ze danig onder de indruk was van alle creaties. Grote Zus kampt immers met enorm veel faalangst en is ook nog eens bijzonder perfectionistisch ingesteld. Heel vermoeiende combinatie trouwens. Turnen, zwemmen, dansen, tennis en de jeugdbeweging werden van tafel geveegd. Onderaan in de mail nog een kleine alinea: Grote Zus kan atletiek gaan doen. Bij die club. Op die avond. Op dat uur. 1 voorstel! En laat dat  nu net exact samen vallen met het uur van de enige hobby die Kleine Zus doet…

Tennis wilde Grote Zus trouwens helemaal niet doen, maar dat was zijn enige voorstel vorig jaar. En dat was dus eigenlijk een kleine test van mezelf. Hij is faliekant gebuisd.

De uitleen-man

Ik kan best goed mijn plan trekken op mijn eentje. Ik rijd zelf het gras af, zet de vuilbakken buiten, boor een gat in de muur om mijn grote fotokaders op te hangen, rijd mijn auto zelf naar de keuring, … Ik doe al die dingen nu al jaren zelf. En als ik erover nadenk, deed ik ook al het meeste toen de (h)ex in huis was. Die had 2 linkerhanden op dat vlak. Nee, een man? Waar is die voor nodig?

images0BTKUVA3

Tot die keer dat ik mijn trampoline in elkaar moest zetten. Damn, dat ging niet lukken. Of die keer dat ik met een lek in de warmwaterleiding zat. Of toen ik die gigantische kerstboom uit de tuin wilde omzagen. Of toen ik met een mol zat. Hoe geraak je daar vanaf? Hoe vang je dat? Hmmm…een man zou af en toe toch eens van pas komen. Heel even toch. Al was het maar om te vragen wat ik best moest doen. Ik besefte meteen het gat in de mark: de uitleen-man die je kan bellen en laten komen voor zijn goede raad en hulp bij huishoudelijke (en aanverwante) vraagstukken. Die zich van tijd tot tijd eens dubbel plooit onder de wasbak om een lek te dichten. Die de losgekomen dakgoot eens onder handen neemt en meteen het mos van het dak verwijdert. Die raad weet met de vochtige muur langs de zijgevel. Die me kalmeert en zegt dat die barst in de muur er al jaren is en niet groter is geworden. Ja, ik moet toch toegeven dat ik af en toe een sterke wederhelft mis.

De uitleen-man. Het meest praktische is dan natuurlijk dat dat steeds dezelfde man is. Die kent je dan op den duur en weet om te gaan met je stressniveau en je kunnen. Feit is dat ik die dingen allemaal best graag wil kunnen, maar niet weet hoe eraan te beginnen of er gewoon het materiaal niet voor heb. En ja, de fysieke kracht om een boom uit te doen, heb ik natuurlijk ook niet. Waar zit die uitleen-man? Voorlopig houden we het dan maar op “papa, wanneer kom je nog eens langs?”.

Vertrouwen

Er zijn zo van die momenten dat ik plots overmand kan worden door een bepaalde emotie. De ene keer is het eenzaamheid, dan weer verdriet of boosheid. Maar vaker voel ik een oneindige liefde, wanneer ik naar de Grote en de Kleine Zus kijk. Als ze weer eens lief zijn voor elkaar. Als ze hun laatste koekje delen. Als ze elkaar troostten omdat mama even niet in de buurt is. Als ik ze weer eens samen in het bed van de Kleine Zus tref wanneer ik wil gaan slapen.

Vandaag was het ontroering dat het em deed. Ik botste heel toevallig op een lied dat me een krop in de keel bezorgde. Niet zozeer door de boodschap van het lied op zich – ik hou wel van mezelf – meer om wat de tekst daarnaast in mijn ogen uitstraalt en in mij naar boven bracht: vertrouw alleen jezelf. Als er iets is waar ik al mijn hele leven mee worstel, dan is het wel vertrouwen. Vertrouwen op een ander. Dat die er zal zijn voor je. Dat die je geheimen voor zich houdt. Dat je op die persoon kan bouwen. Dat die persoon eerlijk tegen je is.

Beste vriendinnen…no thank you! Genoeg miserie mee gehad. Vroeger – als onwetende puber in de fleur van mijn leven – dacht ik altijd dat vriendinnen er voor het leven waren. Naïef als ik was wellicht. Dus hen vertrouwen geven ging vlotter dan het vriendje vertrouwen geven. Helaas liep ik te vaak met mijn hoofd tegen de muur. En het vriendje stootte op een dikke muur rondom me, die ze maar niet afgebroken kregen. Het leed om de verloren vriendinnen was dan ook pakken groter dan het leed om de weggelopen vriendjes.

De enige die die muur ooit helemaal gesloopt heeft gekregen, bleek de (h)ex. En tja, dat is nu ook niet bepaald goed afgelopen…

Treiterdrang

De financiële kant en de (h)ex…ik kan er een boek over schrijven. Eén van de zaken die buitengewoon stroef verlopen. Alles wat met geld gepaard gaat en ook maar enigszins een raakvlak heeft met de (h)ex, gaat per definitie verkeerd. De schoolfactuur bijvoorbeeld, daar moet ik gewoon voor bedelen. Het is te triest voor woorden. En dan nog. Dan krijg ik hoogstens een deeltje terugbetaald. Nooit datgene wat hij werkelijk dient te betalen. Naar de dokter gaan…dat stellen we gewoon uit tot we weer bij mama zijn. En als dat echt niet gaat, bellen we toch gewoon naar mama en vragen we of die ook mee naar de doktersafspraak komt (en hoe kan je dat een ziek kinderstemmetje weigeren..?). Op het moment dat de portefeuille moet bovengehaald worden, kijkt de (h)ex dan uiteraard met grote ogen naar mij, duidelijk makend dat dat de taak van de mama is. En dan heb ik het nog geeneens over de buitengewone kosten. Terwijl de kosten voor de hobby’s van Grote en Kleine Zus uitsluitend door mij betaald worden (want als ik op zijn deel moet wachten, doen ze niets), krijg ik zelfverzonnen kosten en een virtuele openstaande rekening voorgeschoteld. Dit valt gewoon niet te winnen… Zucht!

Ik weet wel waar die treiterdrang vandaag komt. Het pikt dat het kindergeld aan mij werd toegewezen door de rechtbank en dat zal hij me laten voelen ook. Keer op keer. En daarom wordt over alles moeilijk gedaan. Zelfs als er niet moeilijk over gedaan kan worden. De (h)ex vindt wel iets om gewichtig over te doen en zijn stekels voor op te zetten. Feit is dat de (h)ex, al jaren samenwonend met zijn nieuwe vlam, een netto-inkomen heeft dat net niet het dubbele is van het mijne. Maar toch. Dat maakt blijkbaar niets uit in het hoofd van de (h)ex. Hij denkt werkelijk dat ik slapend rijk wordt van die maandelijkse gift. Dat wij slechts 1 keer per jaar op reis kunnen – jeuj een weekje kamperen bij de Noorderburen – terwijl hij dit jaar al 2 keer met het vliegtuig op reis ging en nu weeral op trot is naar god weet waar is ook allemaal not the issue. Moest ik geloven dat al het gedoe opgelost zou zijn als ik hem de helft simpelweg doorstortte, ik had het al lang gedaan. Maar uit ervaring weet ik dat hij dan gewoon iets nieuws zoekt om rel over de schoppen en zijn treitergedrag weer boven te halen. Ik liet me in het verleden al vaak genoeg vangen. Sommige mensen maken gewoon graag boel denk ik.

Het trieste eendje in de bijt

Eenzaamheid, het kan me zo ineens overvallen. Het ene moment is het nog volop lachen samen met de collega’s of de vrienden en een paar tellen later voel ik me mijlenver verwijderd van alles en iedereen. Voel ik me nu eenzaam? Is dat nu eenzaamheid vraag ik me dan af? Of ben ik gewoon een beetje down, moe van de werkweek, behoefte aan weekend en een avond languit in de zetel ploffen? Eenzaam zijn, het klinkt zo zwaarmoedig, een ‘label’ dat je plakt op een wereldvreemd iemand, het triestige eendje in de bijt. Ben ik dat dan? Maar nee, ik ben altijd vrolijk en spontaan, ik ben een sterk persoon, mij krijgen ze niet klein, ik ben toch allesbehalve dat eenzame meisje?! Zo lijkt het toch. Of zo lijkt het toch voor de buitenwereld.

Ik voel me soms eenzaam. We zeggen dat ook niet tegen iemand anders. Alsof het niet toegestaan is. Want je doet dat toch jezelf een beetje aan. Je kan toch ook altijd iemand opbellen? Met iemand afspreken? Festivalletje meepikken. Zoveel ‘vrienden’ op facebook. WhatsApp pingt dagelijks een paar keer.  Op het werk ben ik omgeven van de collega’s (ok, de ene wel wat fijner dan de andere). Toffe buren heb ik ook. Zelfs met de familie heb ik bakken geluk. Echt.

 En toch. Ik voel me meestal het meest eenzaam tussen de mensen. Tussen de lachende collega’s, tijdens de gezellige familiefeesten en de happy gebeurtenissen van de vrienden. Mijn kleine leventje lijkt dan nog kleiner, nog onbenulliger. En ik kruip weer het liefst in mijn vertrouwde zetel onder mijn warme dekentje. Zakje chips naast me. Vluchtend in een spannende detective die nog op de digicorder stond.

Misschien heb ik het wel eens nodig om me af  en toe af te zonderen, me eenzaam te voelen, beetje wentelen in zelfmedelijden. Het geeft een mens wat perspectief. Het leven is niet al rozengeur en maneschijn. Nee, ook niet aan de overkant. Geen reden tot jaloezie. En ik kan tenminste mijn rommel laten liggen als ik er zin in heb.